Introduction

De Netherlands Compensation Commission Potočari (NCCP) is de onafhankelijke uitvoerder van de civielrechtelijke regeling Srebrenica. Deze schaderegeling heeft uitsluitend betrekking op een specifieke groep slachtoffers van de genocide. Het gaat alleen om de omgekomen mannelijke vluchtelingen, die in de namiddag van 13 juli 1995 op de UN compound in Potočari verbleven. Alleen de nabestaanden van deze specifieke groep slachtoffers kunnen in aanmerking komen voor de schaderegeling. Bent u een partner, ouder, kind of een ander eerstegraads familielid van een slachtoffer dan kunt u bij de NCCP een verzoek voor schadevergoeding indienen.

De schaderegeling geldt voor de circa 350 omgekomen mannelijke vluchtelingen, die in de namiddag van 13 juli 1995 op de UN compound in Potočari waren. Een verzoek voor schadevergoeding moet aannemelijk maken dat het slachtoffer op de bewuste datum en dagdeel op de UN compound in Potočari verbleef. De NCCP beoordeelt bij elk verzoek zeer nauwkeurig of het aannemelijk is dat het omgekomen familielid in de namiddag van 13 juli 1995 op de UN compound in Potočari was.
De aansprakelijkheid van de Nederlandse staat geldt niet voor de mensen die buiten de UN compound, bijvoorbeeld op hun vlucht door de bossen, zijn vermoord. We wijzen in dat geval een verzoek af.

FAQ

Wanneer kan ik een verzoek indienen?

De Staat der Nederlanden geeft met een civielrechtelijke regeling uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 19 juli 2019. Die oordeelde dat de Staat aansprakelijk is voor 10 procent van de schade van de nabestaanden van de omgekomen mannelijke vluchtelingen, die in de namiddag van 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat in Potočari verbleven.

De civielrechtelijke regeling biedt nabestaanden van de mannelijke slachtoffers de mogelijkheid om laagdrempelig, buitengerechtelijk en – indien gewenst – zonder tussenkomst van advocaten een schadevergoeding te ontvangen. Als u gebruik maakt van deze regeling hoeft u niet de lange en kostbare weg via de rechter te bewandelen om vast te laten stellen hoe hoog uw schade is. De civielrechtelijke regeling gaat uit van standaard schadevergoedingsbedragen die door de Nederlandse Staat zijn vastgesteld. Voor een echtgenote of een partner van een slachtoffer is het bedrag € 15.000,-. Kind, ouder en broer of zus van een slachtoffer komen in aanmerking voor een vergoeding van € 10.000,-.

U moet voldoen aan een aantal voorwaarden om in aanmerking te kunnen komen voor een schadevergoeding. Nabestaanden die met meer dan één slachtoffer een eerstegraads familierelatie hebben kunnen meer dan één verzoek voor een schadevergoeding indienen. Onder eerstegraads familierelatie wordt de relatie tussen echtgenoten of partners en de relatie tussen ouders en kinderen verstaan. Zo kan bijvoorbeeld een moeder die haar echtgenoot en zoon is verloren voor deze beide familieleden een schadevergoeding ontvangen, evenals een ouder die meerdere kinderen is verloren. Voor elk slachtoffer dient separaat een verzoek te worden ingediend.

Het is mogelijk dat u van mening bent meer schade te hebben geleden dan de twee genoemde bedragen. Voor u blijft de weg open om een civiele procedure aan te spannen tegen de Nederlandse Staat voor eventuele schadevergoeding. In dat geval moet u geen verzoek indienen voor een schadevergoeding via deze regeling.

Alleen nabestaanden die schade hebben geleden door de dood van een mannelijke vluchteling die in de namiddag van 13 juli 1995 op de Dutchbat compound verbleef. De mogelijkheid tot het indienen van een verzoek is niet overdraagbaar. De regeling staat niet open voor erfgenamen van de in de regeling genoemde nabestaanden.

U krijgt een vaststellingsovereenkomst aangeboden als u in aanmerking komt voor de schadevergoeding voor het slachtoffer waar uw verzoek betrekking op heeft. De ondertekening van de vaststellingsovereenkomst heeft voor u consequenties.

Ten eerste: u ontvangt de schadevergoeding.

Ten tweede: u kunt niet meer met succes bij de civiele rechter een vordering indienen tegen de Nederlandse Staat voor het onrechtmatig handelen van de Staat, zoals in het arrest van 19 juli 2019 is vastgesteld, ten aanzien van het slachtoffer voor wiens overlijden de schadevergoeding aan u wordt uitgekeerd.

FAQ

Nauwgezette toetsing

De NCCP beoordeelt elk verzoek zeer nauwkeurig. De regeling is bedoeld voor een specifieke groep slachtoffers van de genocide: nabestaanden van de circa 350 mannelijke vluchtelingen die in de namiddag van 13 jli 1995 op UN compound in in Potočari waren. Afgezet tegen het totale aantal slachtoffers van de genocide is dat een beperkte groep slachtoffers. Dat realiseren we ons goed. Het is de plicht van de NCCP om ervoor te zorgen dat de schadevergoedingen terechtkomen bij de mensen waar die volgens de rechter voor bedoeld zijn. Daarom moet u aannemelijk maken dat het slachtoffer in de namiddag van 13 juli 1995 op de UN compound in Potočari was. En u moet in uw verzoek aantonen dat u een familielid van het slachtoffer bent.

U heeft met de vereiste documenten bij de NCCP een verzoek ingediend. De commissie toetst of uw omgekomen familielid op de bewuste dag en tijdstip op de UN compound in Potočari was. Hiervoor maakt de NCCP gebruik van publiek beschikbare betrouwbare bronnen en eigen onderzoek. De commissie controleert onder meer de plaats waar het slachtoffer voor het laatst is gezien.

Blijkt uit de bronnen dat het aannemelijk is dat het slachtoffer in de namiddag van 13 juli 1995 op UN Compound was dan komt u in aanmerking voor een schadevergoeding.

De commissie vraagt u om meer informatie als blijkt dat het mogelijk is maar nog niet aannemelijk dat het slachtoffer op de bewuste dag en tijdstip op de UN compound was.

Als de betrouwbare bronnen van de commissie aantonen dat het slachtoffer op de bewuste datum op een andere plek voor het laatst is gezien, bijvoorbeeld in het bos, dan wijst de commissie het verzoek af.

FAQ

UN compound

Onder de UN compound wordt in de uitspraak van de rechter en in de civielrechtelijke regeling verstaan het fabrieksterrein in Potočari waar voor de oorlog een batterij- en accufabriek gevestigd was. Op dit voormalige fabrieksterrein, gelegen aan de rechter kant van de weg van Srebrenica naar Bratunać, bevonden zich een assemblagehal, loodsen en een kantorengebouw. Vanaf april 1994 was hier het hoofdkwartier van Dutchbat gevestigd. Kenmerkend voor de compound waren de zeer grote hallen van de batterijfabriek waarin Dutchbat de voertuigen had staan. Aan de voorzijde van deze hallen was een groot grasveld. Het terrein van de UN compound was afgezet met een hoog hekwerk. Aan de randen van het hekwerk waren bewakingsposten van Dutchbat ingericht.

Tegenwoordig maakt de voormalige accufabriek in Potočari onderdeel uit van  het Memorial Center Srebrenica-Potočari Monument en de begraafplaats voor de slachtoffers van de genocide van 1995.

De civielrechtelijke regeling heeft betrekking op de circa 350 mannelijke vluchtelingen die in de namiddag van 13 juli 1995 op de UN compound waren. Afgezet tegen het totale aantal slachtoffers van de genocide is dat een beperkte groep. De rechter heeft geoordeeld dat de Nederlandse Staat aansprakelijk is voor het lot van de groep mannelijke vluchtelingen, die zich in de namiddag van 13 juli 1995 nog in de hallen van de voormalige batterij- en accufabriek bevonden. Volgens het oordeel van de rechter heeft Dutchbat onrechtmatig gehandeld ten opzichte van deze groep mannen. Dutchbat had deze mannen namelijk de keuze moeten bieden om achter te blijven in de hallen. Door die keuze niet te bieden heeft men deze mannen een (kleine) kans onthouden uit handen te blijven van de Bosnische Serven. In de grote hallen van de voormalige batterij- en accufabriek die nu tot de UN compound behoorden, waren de mannelijke vluchtelingen immers aan het zicht van de Bosnische Serviërs onttrokken.

U kunt ook onze brochure lezen

Brochure Nederlands (PDF: 195,9 KB)